2180 TRICOT DAMES SWEATER RAGLAN POFMOUW 

Voordat u het patroon uit gaat printen, lees alstublieft het meest gestelde vragen hier: http://maatpatronen.nl/mod-p.php?reg=otvet

Zie een vierkant 10cm x 10cm die op de laatste bladzijde van elk patroon getekend - dat is om de schaal van uitgeprinte patroon te controleren. ADVIES: print eerst de laatste pagina uit om zeker te zijn of de printerinstellingen correct zijn.

STOFADVIES: weinig rekbaar tricot van natuurlijke vezels of mengvezels. 


JE HEBT VERDER NODIG: boordstof of kant-en-klare boordje van een passende of contrasterende kleur.

ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT, 

IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.


NADEN EN ZOMEN: alle naden - 1,0cm.


LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT (vergeet dubbele en symmetrische delen niet).


BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!


KNIPPEN:

Basisstof:

1. Achterpand – 1x aan de stofvouw 

2. Voorpand  - 1x aan de stofvouw 

3. Achtermouw - 2x

4. Voormouw - 2x

5. Ondermouw - 2x


Boordstof:

1. Staander - 1x

2. Boordje - 1x aan de stofvouw

3. Manchetten - 2x


LET OP! Alle teksten op de patroondelen zijn aan de goede kant aangebracht.


Advies: Gebruik voor het naaien van tricot stoffen een speciaal stiksel voor elastische stoffen of smalle zigzag. Bij het locken de naden op  0,8 cm afsnijden. De zoom wordt met een tweelingnaald afgewerkt om de rekbaarheid van de stof te behouden. 


WERKBESCHRIJVING:
1. De mouw aan het voorpand stikken, de naad afwerken, omstrijken.


2. De mouw aan het achterpand stikken, de naad afwerken, omstrijken.


3. De bovenste naden van de mouw stikken, afwerken, naar achter toe strijken.


4. De bovennaad van de ondermouw rimpelen (met de hand of gebruik bepaalde voetje van je eigen naaimachine). De ondermouw aan de mouw stikken, de naad afwerken, naar boven toe strijken.


5. De zijnaden en mouwnaden in een keer stikken. De naden afwerken, naar de achter toe strijken. 


6. De onderste kant van ondermouw rimpelen (met de hand of gebruik bepaalde voetje van je eigen naaimachine). 

De korte naden van manchet stikken, omstrijken. De manchet door de lengte met de goede kant naar buiten dubbelvouwen, afspelden of vastrijgen. De bies aan de onderkant van de mouw volgens markering uitgerekt stikken (de naad van de manchet bij de onderste naad van de mouw plaatsen). De naad afwerken, omstrijken.


7. De korte naden van stander stikken, omstrijken. De stander door de lengte met de goede kant naar buiten dubbelvouwen, afspelden of vastrijgen. De stander aan de halsrand volgens markering uitgerekt stikken (de naad van de bies aan de markering van de linker schouder plaatsen). De naad afwerken, omstrijken.


8. De korte naden van boordje stikken, omstrijken. De boordje door de lengte met de goede kant naar buiten dubbelvouwen, afspelden of vastrijgen. De boordje aan de onderkant volgens markering uitgerekt stikken (de naad van de boordje aan de markering van de linker zijnaad plaatsen). De naad afwerken, omstrijken.