4206 JURK ZONDER MOUWEN

 

STOFADVIES: zijden stoffen van natuurlijke vezels of mengvezels, tule.

 

JE HEBT VERDER NODIG: een blinde rits, voeringstof.

 

ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT,

IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.

 

NADEN EN ZOMEN: zoomrand jurk van zijde  – 3 cm; zoomrand jurk van tule  – 0 cm; zoomrand jurk van voeringstof  – 0 cm (de naden afknippen). Overige naden - 1 cm.

 

LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT.

 

BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!

 

KNIPPEN:

Zijden stof:

1. Bovenachterpand – 1x

2. Bovenvoorpand – 2x

3. Voorpas — 1x

4. Rok – 2x  aan de stofvouw

5. Strik — 2x

6. Strikhouder – 1x

 

Tule:

1. Bovenachterpand – 1x

2. Bovenvoorpand – 2x

3. Voorpas — 1x

4. Rok – 2x  aan de stofvouw (patroon voor zijdenstof gebruiken)

5. Strik — 2x                (patroon voor zijdenstof gebruiken)

6. Strikhouder – 1x          (patroon voor zijdenstof gebruiken)

 

Voeringstof:  (patronen voor zijdenstof gebruiken)

1. Bovenachterpand – 1x

2. Bovenvoorpand – 2x

3. Voorpas — 1x

4. Rok – 2x  aan de stofvouw

 

Let op: Patroondelen van de tule rok kunnen zowel in de lengte als in de breedte op de stof worden gelegd.

 

 

WERKBESCHRIJVING:

 

1. De figuurnaden op het bovenachterpand van de buitenstof en de voering stikken. De naden naar het midden toe strijken. Op het achterpand van tule langs de schoudernaden, de halsrand en de onderrand een rimpeldraad naaien. Rimpels maken en gelijkmatig verdelen. De delen van het achterpand van buitenstof en tule aan elkaar langs alle randen vastmaken en verder als één stuk bewerken. De delen van het bovenachterpand en de voering met de goede kant naar binnen op elkaar leggen en langs de halsrand en de armsgaten stikken. De afgeronde naden inknippen, alles keren en strijken.

 

2. Langs de onderrand van het bovenvoorpand tussen de tekens een rimpeldraad naaien. Rimpels maken en gelijkmatig verdelen. Op het voorpand van tule langs de schoudernaden en de onderrand een rimpeldraad naaien. Rimpels maken en gelijkmatig verdelen. De delen van het voorpand van buitenstof en tule aan elkaar langs alle randen vastmaken en verder als één stuk bewerken. De delen van het bovenvoorpand en de voering met de goede kant naar binnen op elkaar leggen en langs de halsrand en de armsgaten stikken. De afgeronde naden inknippen, alles keren en strijken. Langs de onderrand van de voering tussen de tekens plooien leggen zodat de rand gelijk is aan de lengte van de voorpas. 

 

3. Langs de zijkanten van de voorpas een rimpeldaad naaien. Rimpels maken en gelijkmatig verdelen. De delen van de voorpas van buitenstof en tule aan elkaar vastmaken en verder als één stuk bewerken.

 

4. De voorpas en de voering met de goede kant op elkaar leggen, het bovenvoorpand ertussen leggen, de naden volgens de inzettekens op elkaar leggen. Stikken vanaf de hoek tot 8 cm voor de zijnaad. Stoppen met stikken en de naden bij het einde van het stiksel inknippen. Het resterende gedeelte apart stikken: het voorpand en de voorpas van buitenstof en het voorpand en de voorpas van de voering. Alles keren en strijken.

 

5. Het achterpand naar de verkeerde kant keren, de schoudernaden van het buitendeel en de voering op elkaar leggen met de schoudernaad van het voorpand ertussen. De schoudernaad stikken. Alles keren en strijken.

 

6. Het bovenvoorpand en het bovenachterpand langs de rechter zijrand op elkaar leggen. De rechter zijnaad van de bovendelen stikken, doorgaan met het stikken van de delen van de voering. Let erop dat het armsgat van de buitenstof gelijk met het armsgat van de voering ligt. De naden openstrijken, alles keren. 

 

7. Op dezelfde wijze de linker zijnaad tussen de tekens stikken, de ruimte voor de rits open laten. De naden openstrijken, alsmede de naden op de plek van de ritssluiting.

 

8. De delen van de rok apart stikken, in de linker zijnaad een opening voor de rits vrij laten. De naden van de zijde en de voering afwerken. De rechter naad omstrijken, de linker naad openstrijken. Bij tule de naden openstrijken. Langs de bovenranden van de rokken een rimpelnaad naaien, rimpels maken en gelijkmatig verdelen. De zijden en de tule rokken langs de bovenrand en linker zijrand aan elkaar vastspelden.

 

9. Delen van de strikhouder van zijde en tule op elkaar vastmaken en verder als één stuk bewerken. De strikhouder in de lengte met de goede kant naar binnen dubbelvouwen en langs de lange rand stikken. Keren en platstrijken. De strikhouder  in de lengte dubbelvouwen en aan de onderrand van het achterpand stikken (in het midden).

 

10. Delen van de strik van zijde en tule aan elkaar vastmaken en verder als één stuk bewerken. De strik met de goede kant naar binnen dubbelvouwen en langs de korte randen en de lange rand stikken. Een opening van 6-8 cm vrij laten. De strik keren en platstrijken. De opening stikken.

 

11. Boven- en onderdelen van de jurk aan elkaar stikken: apart voering met voering, bovenstof met bovenstof. De naden naar boven strijken. De rits inzetten. De open naden van de voering aan de ritsbandjes vaststikken.

 

12. Langs de aanzetnaad van de rok doorstikken om de bovenkant en de voering aan elkaar vast te maken.

 

13. De onderrand gelijk maken. De onderrand van de tule en de voering op de volgende wijze afwerken: de zoomnaad 3 cm naar binnen vouwen, 0.1-0.2 cm van de vouw doorstikken. De naden vlak bij de naad afknippen. De naden nog een keer naar binnen vouwen en in de vorige naad stikken. De naad platstrijken. De tule wordt niet afgewerkt. Als de jurk gereed is: de zijden en de tule rokken zijn even lang, de rok van de voering is 3 cm korter.  

 

14. De strikken op elkaar leggen en door de strikhouder halen. De positie van de strikhouder bepalen en deze met de hand aan het achterpand vastnaaien. De strikken aan de strikhouder vastmaken.