5806 VALSE WIKKELJURK MET KRAAG van tricot


STOFADVIES: natuurlijke of gemengde gemiddeld of weinig rekbare tricotstof. 


JE HEBT VERDER NODIG: vlieseline voor tricot. 


ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT, 

IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.


NADEN EN ZOMEN: zoom & mouwzoom - 2,0cm; de naad op het bovenvoorpand vanaf de markering tot de onderkant - 1,5cm; overige naden - 1,0cm.


LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT (vergeet dubbele en symmetrische delen niet).


BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!


KNIPPEN:


Basisstof:

1. Bovenachterpand – 2x 

2. Bovenvoorpand – 1x aan de stofvouw

3. Onderachterhand - 2x

4. Ondervoorpand - 1x aan de stofvouw

5. Kraag - 2x

6. Mouw – 2x

7. Ceintuur - 1x


Vlieseline:

1. Kraag - 1x



Advies: Gebruik voor het naaien van tricot stoffen een speciaal stiksel voor elastische stoffen of smalle zigzag. Bij het locken de naden op   0.8 cm afsnijden. De zoom wordt met een tweelingnaald afgewerkt om de rekbaarheid van de stof te behouden.



WERKBESCHRIJVING:


1. De delen met vlieseline verstevigen.


2. De plooien op het bovenvoorpand stikken. De naad op het bovenvoorpand bij de markering netjes inknippen en vanaf de markering tot de onderkant afwerken, naar binnen opstrijken, doorstikken.


3. Middenachternaad stikken op het bovenachterpand stikken, afwerken, naar links omstrijken.


4. De schoudernaden stikken, afwerken, naar achter toe strijken.


5. De delen van de kraag met de goede kant op elkaar leggen, buitenrand en de zijnaden stikken (begin en eindig je stiksel bij de aanzetnaad), de hoekjes netjes schuin afknippen, keren, omstrijken. Buitendeel van de kraag aan de halsrand stikken, rondingen netjes inknippen, de naad naar de kraag opstrijken. De binnenste deel van de kraag ingeslagen aan de inzetnaad smal stikken, omstrijken.


6. Het boven- en onderachterpand aan elkaar stikken, de naad afwerken, naar beneden strijken.


7. Het rechter bovenvoorpand aan het linker bovenvoorpand volgens markering leggen, afspelden of vastrijgen. Verder als een detail bewerken. Het boven- en ondervoorpand aan elkaar stikken, de naad afwerken, naar beneden strijken.


8. De zijnaden stikken, afwerken, naar achter toe strijken.


9. De mouwnaden stikken, afwerken, naar achter strijken.


10. De mouw in de mouwgat volgens markering zetten, de naden afwerken, omstrijken.


11. De zoom en de mouwzoom afwerken, naar binnen omstrijken, doorstikken.


12. De ceintuur in de lengte met de goede kant naar binnen vouwen. De naden rondom stikken, een opening in de naad vrij laten. De hoekjes netjes afknippen, de ceintuur keren, omstrijken. De opening in de naad dichtmaken.