2279 JURK MET BOOTHALS
Voordat u het patroon uit gaat printen, lees alstublieft het meest gestelde vragen hier: http://maatpatronen.nl/mod-p.php?reg=otvet
Zie een vierkant 10cm x 10cm die op de laatste bladzijde van elk patroon getekend - dat is om de schaal van uitgeprinte patroon te controleren. ADVIES: print eerst de laatste pagina uit om zeker te zijn of de printerinstellingen correct zijn.
STOFADVIES: natuurlijke of gemengde jurkstof.
U HEEFT VERDER NODIG: vlieseline, een blinde rits.
ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT,
IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.
NADEN EN ZOMEN: zoom – 2,0cm; overige naden – 1,0cm.
LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT.
BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!
KNIPPEN:
STOF:
1. bovenachterpand – 2x
2. onderahterpand - 2x
3. bovenvoorpand - 1x aan de stofvouw
4. ondervoorpand -1x
5. achterpandbeleg - 2x
6. voorpanbeleg -1x
7. voorpandinzet - 1x aan de stofvouw
8. achterpandinzet - 2x
9. manchetten – 2x
VLIESELINE:
1. achterpandbeleg - 2x
2. voorpanbeleg -1x
3. manchetten
– 2x
WERKBESCHRIJVING:
1. Delen met vlieseline verstevigen. De split van het ondervoorpand met een vliselinestrook verstevigen.
2. De
onderkant van het bovenachterpand rimpelen (met de
hand of gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine). De achterpandinzet aan het
bovenachterpand stikken (rimpels netjes verdelen). De
naadtoeslag afwerken, naar de inzet toe strijken.
De bovenkant
van het onderachterpand rimpelen (met de hand of
gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine). De achterpandinzet aan het onderachterpand stikken (rimpels netjes verdelen). De
naadtoeslag afwerken, naar de inzet toe strijken. Verder als een geheel
verwerken.
3. De middenachternaad afzonderlijk afwerken, vanaf inzetteken
tot de onderkant stikken, open strijken. Een blinde rits inzetten. Verder als
een geheel verwerken.
4. De middenvoornaad
van het ondervoorpand afzonderlijk afwerken, vanaf de
bovenkant tot de splitmarkering stikken, open strijken. Op de goede kant van de
splitvouw op 0,2cm afstand doorstikken (de naadtoeslag mee stikken). Verder als
een geheel verwerken.
5. De
onderkant van het bovenvoorpand rimpelen (met de hand
of gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine). De voorpandinzet aan het bovenvoorpand stikken (rimpels netjes verdelen). De
naadtoeslag afwerken, naar de inzet toe strijken.
De bovenkant
van het ondervoorpand rimpelen (met de hand of
gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine). De voorpandinzet aan het ondervoorpand stikken (rimpels netjes verdelen). De
naadtoeslag afwerken, naar de inzet toe strijken. Verder als een geheel
verwerken.
6. De schouder- en zijnaden (in een keer met de mouwnaad) stikken, afwerken, naar achter toe strijken.
7. De
schouder- en zijnaden van het achter- en voorpandmouwbeleg stikken, open
strijken. Buitenrand afwerken. Verder als een geheel verwerken.
De jurk en beleg met de goede kant aan elkaar leggen, rondom de halsrand stikken, de naad netjes inknippen, keren, plaat strijken. Het beleg aan de schoudernaden en ritsband vastzetten.
8. De korte naden van de manchetten stikken, openstrijken. De manchetten door de lengte met de goede kant naar buiten dubbelvouwen, omstrijken. De buitennaad van de manchetten aan de mouw volgens markering stikken, naad naar manchetten toe strijken. De binnenste naad van de manchetten in de aanzetnaad ingeslagen smal stikken.
9. De zoom van de jurk afwerken, naar binnen omstrijken en doorstikken.