2845 BLOUSE MET GEDRAPEERDE DEEL

 

STOFADVIES: natuurlijke of gemengde blousestof.

 

JE HEBT VERDER NODIG: vlieseline; deelbare rits.

 

ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT, 

IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.

 

NADEN EN ZOMEN: zoom & mouwzoom – 2,0 cm; overige naden - 1.0 cm.

 

LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT(vergeet dubbele en symmetrische delen niet).

 

BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!

 

 

KNIPPEN:

Basisstof:

1. Achterpand - 2x

2. voorpand - 1x aan de stofvouw

3. Gedrapeerde deel - 2x

4. Voorpandbeleg - 1x 

5. Achterpandbeleg - 2x 

6. mouw – 2x

5. Reepje - 1x 

 

Vlieseline:

1. Voorpandbeleg - 1x 

2. Achterpandbeleg - 2x 

 

 

WERKBESCHRIJVING:

 

1. De delen met vlieseline verstevigen.

 

2. De coupenaden op het achterpand stikken, naar midden toe strijken. Middenachter afzonderlijk afwerken. Middenachter vanuit de inzetteken tot de onderkant stikken, open persen. Een blinde rits aanzetten. Verder als een geheel verwerken.

 

3. De coupenaden op het voorpand stikken, naar boven toe strijken.

 

4. De naadtoeslag van de gedrapeerde deel bij de markering op de halsrand netjes inknippen. Details van de gedrapeerde deel met de goede kant aan elkaar leggen en vanuit de knipsel buitenrand door de hoek en onderkant stikken. De naadtoeslag bij de hoekje netjes schuin afknippen, rondingen netjes inknippen. Detail keten, persen. Gedrapeerde deel volgend markering op de rechte kant van het voorpnamd leggen, op de zijnaad, armsgat, schouder en halsrand afspelden of vast rijgen.

 

5. De reepje met de goede kant naar binnen door de lengte vouwen, een lange naad stikken. Detail keren, persen, een korte naad afwerken. Op het voorpand de markering voor de reepje aanbrengen, de reep opstikken. Onafgewerkte korte naad aan de halsrand volgens markering afspelden of vastrijgen.

 

6. De zij- en schoudernaden stikken, afwerken, naar achter toe strijken.

 

7. De schoudernaden van het beleg stikken, openstrijken. De buitenrand van het beleg afwerken. Het beleg en de blouse met de goede kant op elkaar leggen, rondom de halsrand stikken. Rondingen netjes inknippen. Beleg keren, omstrijken. Het beleg aan de schoudernaad en de ritsband met de hand vastzetten.

 

8. De mouwnaad stikken, afwerken, naar achter strijken. De kop van de mouw tussen markeringen rimpelen. De mouw aan de mouwgat zetten (rimpels netjes verdelen), de naad afwerken. Op de onderkant van de mouw de stolpplooien volgens markering vouwen en doorstikken.

 

9. De zoom en de mouwzoom afwerken, naar binnen strijken, doorstikken.

 

10. Gedrapeerde deel door de reep rijgen en mooi draperen.