4039 TRICOT BLOUSE MET WATERVALHALS

 

STOFADVIES: gemiddeld of zeer rekbare tricot stof van natuurlijke vezels of mengvezels.


ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT, 

IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.

 

NADEN EN ZOMEN: zoom, mouwzoom & de halsrand – 1,5cm; bovenkant van gedrapeerde deel - 5,0cm; overige naden – 0,8cm 

 

LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT.

 BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!


 KNIPPEN: 

STOF: 

1. achterpand – 2x

2. voorpand - 1x aan de stofvouw

3. gedrapeerde deel – 1x aan de stofvouw

4. mouw - 2x


ADVIES: bij tricot stof te bewerken gebruik een dubbelnaad/tweelingnaad of coverglookmachine.


WERKBESCHRIJVING:


1. De coupenaden op het voorpand stikken, naar beneden omstrijken.


2. De bovenste naad van de gedrapeerde deel afwerken, naar binnen vouwen.


3. De halsrand op het voor- en achterpand afwerken, naar binnen omstrijken, doorstikken.


4. De schoudernaden van de gedrapeerde deel rimpelen (met de hand of gebruik een rimpelvoet voor je naaimachine). De gedrapeerde deel met de verkeerde kant op de goede kant van het voorpand leggen. De schouder- en zijnaden aan elkaar afspelden of vastrijgen (de rimpels van de gedrapeerde deel netjes verdelen). Verder als een detail bewerken.


5. De schoudernaden van de blouse stikken, afwerken, naar achter toe strijken.


6. De mouwkop tussen markering rimpelen (met de hand of gebruik een rimpelvoet voor je naaimachine). De mouwen volgens de inzettekens in het open  mouwgat zetten. De naad afwerken, omstrijken. 


7. De zijnaden in een keer met de mouwnaden vaststikken, afwerken en naar achter toe strijken.


8. De zoom en de mouwzoom van de blouse afwerken, naar binnen omstrijken en  doorstikken.