4153 GEDRAPEERDE BLOUSE

 

STOFADVIES: natuurlijke of gemengde goed draperende tricotstof.

 

ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT,

IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.

 

NADEN EN ZOMEN: alle naden – 0,7cm.

 

LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT.

 

BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!

 

KNIPPEN: 

1. achterpand – 1x

2. voorpand - 1x 

3. voering van de voorpand – 1x in vouw

4. voering van de achterpand – 1x in vouw

5. sierstukje – 1x

 

ADVIES: bij tricotstof te bewerken gebruik een dubbelhard of coverglookmachine.

 

 

NAAIBESCHRIJVING:

 

1.       De figuurnaden op het voorpand en de voering van het voorpand stikken. De naden met de overlok afsnijden.

 

2.       De sierstuk met de verkeerde kant naar binnen dubbelvouwen, langs een lange en een korte zij stikken, hoekje netjes afknippen, keren, plaatstrijken.

 

3.       De rechte schouder- en zijnaad stikken, naar achter strijken.

 

4.       De rechte schouder- en zijnaad van de voering stikken (in de zijnaad een geopende naad, ongeveer 10cm, laten), naar achter strijken.

 

5.       De onderkant van het voorpand rimpelen (met de hand of gebruik een speciaal voetje van je naaimachine).

 

6.       De voering en de blouse met de goede kant aan elkaar leggen, de halsrand stikken – begin en eindig bij de linker open schoudernaad. Daarna armsgaten – voor en achter. Keren, omstijken.

 

7.       De strik op het achterpand met de goede kant naar binnen vouwen, de korte naden stikken (begin en eindig bij de schoudernaad), hoekjes netjes afknippen, keren, omstrijken.

 

8.       Aan de linker schoudernaad van het voorpand plooien geven, netjes op dezelfde lengte van de voeringnaad verdelen. De sierdeel aan het voorpand afspelden, de open naad aan de schoudernaad zetten. Aan de binnennaad van de strik  de plooien geven, netjes op dezelfde lengte van de voeringnaad verdelen. De schoudernaad van het voorpand tussen binnennaad van de strik en de voering van het achterpand zetten, afspelden, stikken, keren. Aan de buiten kant van de strik plooien geven en aan de linker schoudernaad stikken.

 

9.    De blouse naar de verkeerde kant keren, de zoom van de blouse en de voering in een keen met een elastiek draad in een keer stikken. De bloes van binnen naar buiten door de achter gelaten gat keren. De gat dicht naaien met de hand met onzichtbare stik.