4291 TRICOT BLOUSE MET OMSLAAG
STOFADVIES: gemiddeld rekbare tricotstof van natuurlijke vezels of mengvezels.
ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT,
IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.
NADEN EN ZOMEN: zoom, mouwzoom en halsrandzoom – 1,5cm; andere – 0,7cm
LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT.
BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!
KNIPPEN:
TRICOT STOF:
1. bovenachterpand – 2x
2. onderahterpand - 2x
3. bovenvoorpand - 2x
4. ondervoorpand -1x
5. mouw - 2x
6. voorpandinzet -1x
7. achterpandinzet - 1x
8. patje - 2x
ADVIES:bij tricotstof te bewerken gebruik een dubbelhard of coverglookmachine.
WERKBESCHRIJVING:
1. De middenachternaad van het boven- en onderachterhand stikken, afwerken en naar links strijken.
2. Schoudernaden stikken, de naden naar de rug toe strijken, afwerken.
3. Halsrand van het acter- en voorpand afwerken, naar binnen omstrijken en doorstikken.
4. Ondernaad van het bovenvoorpand rimpelen met een bepaalde naaimacinestik of een passende naaimachine voetje. Leg de rechte bovenvoorpand op het linker bovenvoorpand volgens inzettekens.
5. Leg het bovenvoorpand op het voorpandinzet met goede kant op elkaar (pas de lengte van het bovenvoorpand aan) en vast stikken. Leg het achterpand op het achterpandinzet met goede kant op elkaar en vast stikken. De naden afwerken.
6. Leg het achterpand en voorpand op het onderachterhand en ondervoorpand met goede kant op elkaar en vast stikken. De naden afwerken.
7. De pate met de goede kant naar binnen vouwen en lange kant stikken. Naar de goede kant keren, omstrijken. De patje volgens inzettekens op de mouwrand zetten, daartussen met het voorpand in.
8. De zoomrand van de mouw afwerken, naar binnen omstrijken en doorstikken. De mouwen volgens de inzettekens in het open mouwgat inzetten. De naden afwerken, strijken.
9. De zijnaden in een keer met de mouwnaden vaststikken, afwerken en naar achter strijken.
10. De zoomrand van de blouse afwerken, naar binnen omstrijken en doorstikken.