4570 BLOUSE MET EEN KNOOP
STOFADVIES: blousesstoffen van natuurlijke vezels of mengvezels.
JE HEBT VERDER NODIG: voering, vlieseline.
ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN DE PATROON VERWERKT,
IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.
NADEN EN ZOMEN: zoom - 2,0cm; mouwzoom - 1,3cm; overige naden - 1,0cm.
LET OP! ALS EERSTE, PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP HET STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm) OM HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT TE BEPALEN (vergeet dubbele en symmetrische delen niet).
BIJ HET NAAR VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!
Knippen:
Basisstof 1:
1. Achterpand - 1x aan de stofvouw
2. Voorpand - 2x
3. Mouw - 2x
4. Achtrpandbeleg - 1x
5. Strikhouder - 1x
Voeringstof:
1. Voorpand - 2x
Vlieseline:
1. Achtrpandbeleg - 1x
WERKBESCHRIJVING:
1. Achterpandbeleg met vlieseline verstevigen.
2. De middennaad van het voorpand stikken, openstrijken. Verder als een detail bewerken.
De middennaad van de voering stikken, openstrijken. Verder als een detail bewerken.
3. Het voorpand en de voering met de goede kant aan elkaar leggen, de halsrand vanaf de schoudernaad tot de einde van de eerste “drempel” stikken en vanaf het begin van de tweede “drempel” tot de middennaad stikken. De rondingen en de hoekjes van de naadtoeslag netjes inknippen, de voering keren, omstrijken. De voering en de basisstof op zijnaden en onderkant afspelden of vastrijgen. Verder als een detail bewerken.
4. Niet afgewerkte tussenruimte van de halsrand rimpelen (met de hand of gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine). Gerimpelde delen licht omstrijken(niet persen) en met de goede kant aan elkaar stikken. De naadtoeslag openstrijken en afwerken.
5. De buitenrand van het achterpandbeleg afwerken. Het beleg en het achterpand met de goede kant aan elkaar leggen, rondom halsrand stikken (begin en eindig je stiksel bij aangegeven naadtoeslag van de schoudernaad), rondingen van de naadtoeslag netjes inknippen. Het beleg keren, omstrijken.
6. De schoudernaden stikken (het voorpand tussen achterpand en achterpandbeleg plaatsen), afwerken, naar achter strijken. Het beleg keren, omstrijken.
De zijnaden stikken, afwerken, naar achter toe strijken.
7. De mouwnaad stikken, afwerken, naar achter strijken. De mouw in de mouwgaat volgens inzetkens zetten. De naden afwerken, omstrijken.
8. De zoom van de blouse twee keer naar binnen ingeslagen strijken en doorstikken.
9. De strikhouder met de goede kant naar binnen door de lengte vouwen, stikken, keren, omstrijken. Gerimpelde deel van de hals met de stikhouder decoratief verbinden. De korte naden stikken, afwerken, van binnen aan de blouse vastzetten.