4651 BLOUSE MET SCHUINE SLUITBIES 

 

STOFADVIES: natuurlijke of gemengde blousestof.

 JE HEBT VERDER NODIG: vlieseline; 4 knopen.

 ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT, 

IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.

 

NADEN EN ZOMEN: alle naden – 1,0cm 


 LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT.

 BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!

 KNIPPEN: 

STOF: 

1. Achterpand – 1x in vouw

2. Voorpand rechts – 1x

3. Voorpand links -1x

4. Voorpandbeleg links - 1x

5. Mouw - 2x

6. Manchette - 2x

7. Achterpandbeleg - 1x

8. Ceintuur - 2x


VLIESELINE:

1. Voorpandbeleg links - 1x

2. Achterpandbeleg - 1x 

3. Manchette - 2x



WERKBESCHRIJVING:


1. Voorpandbeleg links, achterpandbeleg en manchette met vlieseline verstevigen.


2. De figuurnaden op het voor- en achterpand stikken en naar binnen toe strijken. Stik de borstnaad en strijk hem naar boven.



3. Rechte voorpand bewerken: de buitennaad afwerken. Het beleg volgens markering naar buiten keren en onderste schuine naad stikken, hoekje netjes afknippen, keren, platstrijken.


4. Linker voorpand bewerken: De buitennaad van het voorpandbeleg afwerken. Het beleg en voorpand met de goede kant op elkaar leggen, stikken, keren, omstrijken. 


5. Zijnaden stikken, afwerken, naar achter strijken.


6. Buitenrand van het achterpandbeleg afwerken. Het achterpandbeleg en achterpand met de goede kant op elkaar leggen, langs halsrand stikken (begin en eindig stikken op de schoudernaad). Rondingen netjes inknippen.


7. De schoudernaden stikken (schoudernaad van het voorpand tussen achterpand en achterpandbeleg leggen). De naden afwerken en omstrijken. Het beleg keren, omstrijken.


8. De mouwnaad stikken, afwerken, naar achter strijken. De mouw volgens inzettekens zetten, de naad afwerken.


9. De korte naden van manchetten stikken, openstrijken, keren. Manchetten met de goede kant naar buiten door de lengte dubbelvouwen, omstrijken. Manchetten op de verkeerde kant van de mouw leggen, stikken, de naad afwerken. Manchetten naar de goede kant van de mouw keren, omstrijken.


10. De middennaad van de ceintuur stikken, openstrijken. Ceintuur en de blouse met de goede kant op elkaar leggen (middennaad van de ceintuur op de middenpunt van de blouse), stikken. De ceintuur door de lengte met de verkeerde kant naar buiten dubbelvouwen, de zijnaden tot de rand van de blouse stikken, hoekjes netjes inknippen, keren, omstrijken. De open rand van het binnendeel van de ceintuur 1,0cm omvouwen en in de naad stikken.


11. Op het rechter voorpand volgens de markering de knoopsgaten maken. Op het linker voorpand  volgens de markering de knopen aanzetten.