4699 TRICOT MANTEL MET ZAKJES
STOFADVIES: natuurlijke of gemengde weinig rekbare zware tricotstof.
ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT,
IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.
NADEN EN ZOMEN: zoom & mouwzoom - 3,0cm; middennaad van het ondervoorpand - 5,0cm; overige naden - 1,0cm.
LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT(vergeet dubbele en symmetrische delen niet).
BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!
KNIPPEN:
Basisstof:
1. achterpand - 1x aan de stofvouw
2. bovenvoorpand - 2x
3. ondervoorpand – 2x
4. mouw - 2x
WERKBESCHRIJVING:
1. De figuurnaden op het bovenvoorpand stikken, naar midden toe strijken.
2. De middenachternaad van de kraag stikken, openstrijken. De buitenrand van de revers en de kraag afwerken. De schoudernaden stikken, openstrijken. De hoekje van de halsnaad op het voorpand netjes inknippen. De kraag in de halsrand van het achterpand zetten. De naden naar de kraag toe strijken.
3. De revers met de kraag omvouwen (zorg dat je een buitenhoekje krijgt). De hoekje van de halsnaad op het voorpand netjes inknippen. De binnenkraag in de aanzetnaad van de buitenkraag smal doorstikken. De schoudernaden van de mantel en het beleg van binnen aan elkaar met de hand vastzetten. De onderste zoom van het bovenvoorpand volgens markering aan elkaar vastzetten. De hoekje naar de goede kant vouwen (let op ronde markering), afspelden of vastrijgen.
4. De buitenrand van het ondervoorpand afwerken. Het boven- en ondervoorpand met de goede kant op elkaar leggen (het bovenvoorpand tussen ondervoorpand en beleg van het ondervoorpand bevestigen). Het boven- en ondervoorpand aan elkaar in een keer met de binnenste zak deel stikken. De naden afwerken, naar beneden toe strijken.
5. De mouw in open mouwgat stikken, de naden afwerken, naar de mouw strijken.
6. De zijnaden in een keer met de mouwnaad stikken. De naden afwerken, naar achter toe strijken.
7. De zoom en de mouwzoom afwerken, en ingeslagen doorstikken.