2062 BLOUSE MET PLOOIEN OP HET VOORPAND


Voordat u het patroon uit gaat printen, lees alstublieft het meest gestelde vragen hier: http://maatpatronen.nl/mod-p.php?reg=otvet

Zie een vierkant 10cm x 10cm die op de laatste bladzijde van elk patroon getekend - dat is om de schaal van uitgeprinte patroon te controleren. ADVIES: print eerst de laatste pagina uit om zeker te zijn of de printerinstellingen correct zijn.


STOFADVIES: natuurlijke of gemengde blousesstof. 


JE HEBT VERDER NODIG: vlieseline, biaisband van een passende kleur (lengte op het patroon van de mouw aangegeven).

ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT, 

IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.


NADEN EN ZOMEN: zoom & mouwzoom - 0,0cm; overige naden - 1,0cm.


LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT (vergeet dubbele en symmetrische delen niet).


BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!


KNIPPEN:

Basisstof:

1. Achterpand – 1x aan de stofvouw 

2. Voorpand  - 1x 

3. Mouw - 2x 

4. Voorpandbeleg - 2x

5. Achterpandbeleg - 2x


Vlieseline:

1. Achterpandbeleg - 1x

2. Voorpandbeleg - 1x


LET OP! Alle teksten op de patroondelen zijn aan de goede kant aangebracht.


WERKBESCHRIJVING:
1. Delen met vlieseline verstevigen.


2. De coupe op het voorpand stikken, naar boven toe strijken.


3. De plooien op het voorpand volgens markering vouwen, omstrijken, van binnenkant doorstikken. 


4. De bovenste deel van het voor- en achterpandbeleg aan het voor- en achterpand stikken; de naadtoeslag naar het beleg toe strijken.


5. De schouder- en zijnaden stikken, afwerken, naar achter omstrijken.


6. De schoudernaden van binnenste voor- en achterpandbeleg stikken, openstrijken. Verder als een detail bewerken.  Bovenste en binnenste beleg met de goede kant aan elkaar leggen, rondom halsrand stikken, rondingen van de naadtoeslag netjes inknippen, het beleg keren, omstrijken.  De binnenste deel van het beleg aan de aanzetnaad van de bovenste deel ingeslagen smal stikken.


7. De mouwnaad stikken, afwerken, naar achter toe strijken. De mouw volgens markering in de mouwgat zetten, de naad afwerken, omstrijken.


8. De onderkant van de mouw en de blouse rimpelen - met de hand of gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine (maak de mouw zo breed dat je makkelijk met je arm door kan; maak de onderkant zo breed dat je het makkelijk aan en uit kan doen). 

De onderkant van de mouw en de blouse met een biaisband afwerken (rimpels netjes verdelen).