2410 BLOUSE MET KAREHALS

Voordat u het patroon uit gaat printen, lees alstublieft het meest gestelde vragen hier:Êhttp://maatpatronen.nl/mod-p.php?reg=otvet

Zie een vierkant 10cm x 10cm die op de laatste bladzijde van elk patroon getekend - dat is om de schaal van uitgeprinte patroon te controleren. ADVIES: print eerst de laatste pagina uit om zeker te zijn of de printerinstellingen correct zijn.


STOFADVIES: natuurlijke of gemengde blousestof. 


JE HEBT VERDER NODIG: vlieseliene; 5x knopen.


ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT, 

IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.


NADEN EN ZOMEN: zoom - 2,0cm; overige naden - 1,0cm.


LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT(vergeet dubbele en symmetrische delen niet).


BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!


KNIPPEN:

Basisstof :

1. achterpand - 1x aan de stofvouw 

2. voorpand - 1x aan de stofvouw

3. mouw Ð 2x

4. Achterpandbeleg - 1x

5. voorpandbeleg - 1x


Vlieseliene:

1. Achterpandbeleg - 1x

2. voorpandbeleg - 1x


LET OP! Alle teksten op de patroondelen zijn aan de goede kant aangebracht.


Advies: Gebruik voor het naaien van tricot stoffen een speciaal stiksel voor elastische stoffen of smalle zigzag. Bij het locken de naden op  0.8 cm afsnijden. De zoom wordt met een tweelingnaald afgewerkt om de rekbaarheid van de stof te behouden. 


WERKBESCHRIJVING:


1. De delen met vlieseliene verstevigen.

2. De coupe op het voorpand stikken, naar boven toe persen.


3. Knip een schuine bies 2,5cm breed en 30,0cm lang voor de knoopslusjes. Midden in de lengte vouwen en op afstand 0,3cm van de vouw stikken. De naad dichtbij stik netjes afknippen, keren, uitvouwen. De lengte van het lusje afhankelijk van de knopgrootte. 

5x lusjes dubbelvouwen en aan het rechter kant van het voorpand volgens markering opstikken (onafgewerkte naden van de lusjes op de onafgewerkte naadtoeslag van het patroon houden).


4. De buitenrand van het voorpandbeleg afwerken. Het beleg en het voorpand met de goede kant aan elkaar volgens markering leggen, de halsrand stikken (begin en eindig precies bij aangegeven naadtoeslag van je schoudernaad). De hoekjes van de naadtoeslag netjes inknippen; het beleg keren, persen. De schoudernaad van het voorpand en het voorpandbeleg met de verkeerde kant aan elkaar leggen, afspelden of vastrijgen. Verder als een geheel verwerken.


5. De buitenrand van het achterpandbeleg afwerken. Het beleg en het achterpand met de goede kant aan elkaar volgens markering leggen, de halsrand stikken (begin en eindig precies bij aangegeven naadtoeslag van je schoudernaad). De rondingen van de naadtoeslag netjes inknippen; het beleg keren, persen.


6. De schoudernaad van het achterpand en achterpandbeleg met de goede kant aan elkaar leggen - daartussen de schoudernaad van het voorpand leggen en in een keer doorstikken. Het achterpandbeleg keren, persen. Op de goede kant van het achterpand op afstand 0,2cm langs de halsrand een stiksel leggen (het achterpandbeleg mee stikken).


7. De zijnaden stikken, afwerken, naar achter toe strijken.


8. De mouwnaad stikken, afwerken, naar achter toe strijken. De mouwkop tussen de markering rimpelen (met de hand of gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine).

De onderkant van de mouw met een rolzoom afwerken.

De mouw volgens markering met een elastische draad rimpelen (of een smalle elastiek passend op je arm met zigzag opstikken).


9. De mouw in de mouwgat volgens markering zetten (rimpels netjes verdelen). De naad afwerken, omstrijken.


10. De zoom afwerken, naar binnen ingeslagen doorstikken.