4574 BLOUSE MET VOOR- EN ACHTERPAS
Voordat u het patroon uit gaat printen, lees alstublieft het meest gestelde vragen hier: http://maatpatronen.nl/mod-p.php?reg=otvet
Zie een vierkant 10cm x 10cm die op de laatste bladzijde van elk patroon getekend - dat is om de schaal van uitgeprinte patroon te controleren. ADVIES: print eerst de laatste pagina uit om zeker te zijn of de printerinstellingen correct zijn.
STOFADVIES: natuurlijke of gemengde blousestof.
JE HEBT VERDER NODIG: vlieseline; 2 knopen.
ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT,
IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.
NADEN EN ZOMEN: zoom - 2,0cm; overige naden - 1,0cm
LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT(vergeet dubbele en symmetrische delen niet).
BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!
KNIPPEN:
Basisstof:
1. achterpand - 1x aan de stofvouw
2. achterpas - 2x
3. voorpas - 2x
4. voorpand – 1x aan de stofvouw
5. mouw - 2x
6. manchetten - 2x
Vlieseline:
1. manchetten - 2x
2. voorpandbeleg - 1x
WERKBESCHRIJVING:
1. De delen met vlieseline verstevigen.
2. De bovenste rand van het achterpand tussen markering rimpelen (met de hand of gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine). De bovenste deel van de achterpas aan het achterpand stikken (rimpels netjes verdelen). De naad naar boven toe strijken.
3. De bovenste rand van het voorpand tussen markering rimpelen (met de hand of gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine). De bovenste deel van de voorpas aan het voorpand stikken (rimpels netjes verdelen), de naadtoeslag bij de hoekjes netjes inknippen. De naad naar boven toe strijken.
4. Schoudernaden van de blouse stikken, open persen.
5. De schoudernaden van de binnenste delen van de voor- en achterpas stikken, open persen. De bovenste en onderste voor- en achterpas met de goede kant aan elkaar leggen, de halsrand stikken. De rondingen van de naadtoeslag netjes inknippen, detail keren, omstrijken. De naadtoeslag van de binnenste deel ingeslagen aan de aanzetnaad smal stikken.
6. Op de mouw de markering voor de sluiting aangeven. Knip de mouw volgens de markering voor de sluiting. De sluiting omboorden: maak de schuine omboordstrook (of neem een kant-en-klaar schuine bies) van de breedte 4 cm, en de lengte van de sluiting + 4 — 5 cm. De omboordstrook midden de lengte dubbelvouwen, de naden van allebei kanten naar midden vouwen en strijken. De sluiting omboorden.
7. De mouw in de open mouwgat volgens markering zetten, de naad afwerken, omstrijken.
8. De zijnaad in een keer met demouwnaad stikken, afwerken, naar achter toe strijken.
9. De onderkant van de mouw rimpelen (met de hand of gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine).
10. Vouw de manchetten dicht in de lengte met de goede kanten op elkaar. Stik de hoeken, knip de naden kort en knip de hoeken schuin af. Keer de manchetten en strijk ze. Leg de goede kanten van de mouwen en van de manchetten op elkaar en stik ze met een zijde van de manchetten op elkaar (rimpels netjes verdelen). Vouw de achterkant van de manchetten 1,0cm naar binnen en stik hem smal door in het voorgaande stiksel.
11. Zoom van de blouse twee keer 1,0cm naar binnen ingeslagen strijken, doorstikken.
12. Op de manchetten volgens markering de knoopsgaten maken, knopen aanzetten.